Stilzitten niet zonder gevaar voor de Nederlandse muziekuitgever |
Donderdag 14 Februari 2008 |
Mijn vriendin uit Parijs, Joëlle, werkte jaren geleden voor één van de grootste Franse muziekuitgevers. Zij werkte op de afdeling: ‘backcatalogue’. Dat was voor mij toen een onbekend fenomeen, waardoor ik haar vroeg wat zij nou zo dagelijks deed. Ze vertelde mij dat deze afdeling zeer belangrijk was voor deze Franse muziekuitgever, omdat de wet bepaalde dat de muziekuitgaverechten van de auteur zónder (poging tot) herexploitatie, weer terugvielen aan de auteur. Het was dus haar taak om dagelijks contacten te onderhouden met platenmaatschappijen, reclamebureaus en filmproducenten. Doel was dan het door hun laten (her)gebruiken van een liedje dat eerder succesvol was geweest. Bijv. door het laten uitbrengen van een cover, een compilatie-CD, een commercial met de muziek of een plekje in de score van een film. Franse en Duitse wetgevingNiet alleen de Franse, maar ook de Duitse auteursrechtwetgeving bevatten al geruime tijd bepalingen die er voor zorgen dat een muziekuitgeverij pro-actief werkzaamheden verricht (ook) voor de zgn. ‘backcatalogue’: de muziekwerken waarvan de uitgeverij soms lang geleden de muziekuitgaverechten heeft verworven. Volgens die regelgeving kan een auteur ‘zijn’ muziekuitgaverechten terug krijgen zodra blijkt dat een muziekuitgever, ondanks een verzoek van de auteur, te lang blijft stilzitten. AuteurscontractenrechtIn Nederland lagen de ontwikkelingen op dit gebied tot vorige week stil. Weliswaar is het Ministerie van Justitie naar verluidt druk doende met een nieuw wetsvoorstel waarin het auteurscontractenrecht zal worden geregeld, maar een eerste ontwerp laat nog steeds op zich wachten. In het verleden hebben diverse auteurs geprobeerd hun rechten terug te krijgen van hun muziekuitgeverij, maar meestal tevergeefs. Niemand stapte naar de rechter, waardoor een vonnis over deze materie uitbleef. Ontbinding door auteur terechtTot vorige week, toen de rechter op 6 februari 2008 bepaalde dat mijn cliënt - de in de jaren zeventig van de vorige eeuw zeer succesvolle muziekauteur Hans van Hemert - terecht de ca. 227 onderliggende muziekuitgavecontracten door middel van een brief had ontbonden wegens wanprestatie. De wanprestatie bestond uit het – ondanks herhaaldelijk verzoek van de auteur – blijven weigeren van enige duidelijke inspanning als het ging om de door de auteur verlangde herexploitatie van de catalogus. Oude muziekuitgavecontracten vogelvrij?Betekent een en ander nu dat alle oude muziekuitgavecontracten als het ware ‘vogelvrij’ zijn? M.i. niet. Er zijn wel degelijk actieve Nederlandse muziekuitgevers en soms ook té veeleisende muziekauteurs. In feite hangt alles af van de concrete omstandigheden van het geval. Wél kan de conclusie worden getrokken dat ook de Nederlandse muziekuitgeverij pro- actief werk dient te maken van de herexploitatie van oudere muziekwerken. En belangrijker: de inspanningen op dit gebied desgevraagd ook moet kunnen aantonen. Stilzitten en niets doen loont niet. In deze tijd van belangrijke veranderingen in de muziekindustrie is een aanpassing van de werkwijze én de contracten van (ook) de muziekuitgever m.i. onvermijdelijk. Collectieve rechtenorganisatiesIn de ideale situatie is de muziekauteur de creatief die muziekwerken maakt en de muziekuitgeverij de zakenpartner die het werk exploiteert. Daar is niets bijzonders aan. Het is de systematiek van onderlinge contracten tussen de internationale collectieve rechtenorganisaties die maakt dat de muziekuitgeverij van oorsprong af aan op een andere wijze werd beloond dan bijv. de uitgever van boeken. Voor de uitgever van boeken is het eigenlijk vrij logisch dat hij daadwerkelijk moet exploiteren wil er geld kunnen worden verdiend aan de (her)exploitatie van ‘zijn’ boeken. Maar voor de muziekuitgever geldt deze logica niet. Het zijn immers de Buma/Stemra’s van de wereld die sinds jaar en dag het auteursrecht ‘handhaven’ en voor de incasso en verdeling van de auteursrechtgelden zorgdragen. Dit aloude systeem ligt momenteel enorm onder schot als het gaat om de wereldwijde, mobiele en digitale exploitatie van muziekwerken. Maar daar gaat dit artikel niet over. Wel mag duidelijk zijn dat de zeer snelle digitale ontwikkelingen in de muziekbranche ook zijn weerslag hebben op de tussen auteur en muziekuitgever gesloten contracten. Standaard muziekuitgavecontractIn Nederland is de standaardtekst van de muziekuitgavecontracten (meer in het bijzonder: de zgn. titelcontracten) in de afgelopen 60 jaar grotendeels hetzelfde gebleven. Het gaat vaak om korte contracten, van ca. 2 pagina’s A4, waarbij de muziekuitgaverechten voor de duur van het auteursrecht worden overgedragen aan de muziekuitgever. Andere kenmerken zijn: - een omschrijving van de omvang van de overdracht: wereldwijd en voor de duur van het auteursrecht; - de bepaling dat niet de uitgever maar Buma/Stemra de partij is die de auteur betaalt voor het gebruik van de auteursrechten; - de bepaling dat de uitgever voor het gebruik van bladmuziek een vergoeding van 10% aan de auteur moet betalen; - het recht voor de muziekuitgeverij om teksten te wijzigen, vertalingen te maken en ook overigens aanpassingen aan het werk te (laten) verrichten, welke aanpassingen zijn eigendom worden; - bepalingen omtrent de afrekeningen (door Buma/Stemra) en de mogelijkheid voor de auteur om de boekhouding van de uitgever te (laten) controleren. Geen omschreven exploitatieverplichtingIn deze contracten ontbreekt met name een concrete exploitatieverplichting voor de muziekuitgever, bijv. om het werk te promoten, te exploiteren, aan te melden bij Buma/Stemra en ook anderszins actief bezig te zijn met het werk. Bovendien ontbreekt in het contract een regeling voor wanprestatie, faillissement of beëindiging van de onderliggende contractuele relatie. Niets doen loonde dus, want de inkomsten voor de uitgever (50% in het geval van exploitatie buiten Nederland en 33,3% binnen Nederland) kwamen toch wel binnen via Buma/Stemra. EngelandIn Engeland was deze situatie in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw niet veel anders. Maar daar worden sindsdien ook heel vaak andere contracten gesloten tussen de muziekuitgever en de muziekauteur. De duur van de contracten is daarin ten gunste van de auteur verkort en de rechten en verplichtingen van beide partijen worden duidelijk in het contract omschreven. Contracten updaten is belangrijkSommige ‘major’ platenmaatschappijen hebben zich tijdens de opkomst van de digitale ontwikkelingen tot hun artiesten gewend met het verzoek een nieuw contract te ondertekenen, waarin ook de digitale rechten werden geregeld. M.i. doen muziekuitgevers in Nederland er eveneens goed aan zich te wenden tot hun auteurs om ook met hun tot een nieuwe, voor beide partijen duidelijker contract te komen. Bij voorkeur worden ieders contractuele rechten en verplichtingen dan wat meer in balans gebracht en worden ook de nieuwe exploitatiemogelijkheden duidelijk geregeld. Zo bezien lijkt het vonnis van de Nederlandse rechter mij niet zo zeer een bedreiging, maar een kans voor de Nederlandse muziekuitgevers om hun contracten – ook in internationaal opzicht - up to date te brengen. |