ASCAP TARIEVEN VOOR STREAMS BEKEND

Vrijdag 02 Mei 2008
Op koninginnedag werd in de Verenigde Staten een vonnis gewezen door de federale rechtbank van New York. Als gevolg van deze uitspraak dienen AOL, Realnetworks en Yahoo per jaar een tarief van 2.5% te voldoen, te berekenen over de voor het daadwerkelijke muziekgebruik bijgestelde netto-inkomsten van de websites. BMI sloot al eerder een overeenkomst met de drie serviceproviders.
 

Voordat het vonnis werd gewezen, lagen de standpunten ver uit elkaar. Zo stelde bijv. AOL een voor het muziekgebruik in 2006 te betalen vergoeding ad $ 632,879 voor, daar waar Ascap voor datzelfde jaar een vergoeding vroeg van $ 7,831,188, wat was gebaseeerd op een tarief van 3%. Het verschil bedroeg dus tenminste één ‘nul’ extra.

 

Het vastgestelde tarief  betreft uitsluitend de openbaarmaking van de muziekauteursrechten van de 320.000 Ascap-leden door middel van de streams. De service providers moeten daarnaast ook een bedrag betalen aan BMI en Sesac, de andere twee Amerikaanse Buma’s. Bovendien moet aan Sound Exchange een bedrag worden betaald voor het gebruik van de rechten van de mastereigenaren (in de VS heeft de platenmaatschappij een auteursrecht op de master) en de artiesten. Met een producer kan een artiest overigens afspreken dat deze een bepaald percentage van de Soundexchange-uinkomsten verkrijgt en wel rechtstreeks van SoundExchange. De artiest moet daarvoor dan wel een formulier ondertekenen, waaruit de overdracht van het percentage blijkt. In Nederland accepteert Sena een dergelijke overdracht niet. Integendeel, vooralsnog blijkt uit twee Nederlandse vonnissen dat de producer in Europa niét over enig naburig recht kan beschikken.

 

Het zeer leesbare vonnis bevat een heldere beschrijving van de ontwikkeling van het internet en breedband en de gevolgen daarvan voor het muziekgebruik. De gebruiker kan tegenwoordig ieder liedje afspelen, waar en wanneer hij of zij dat maar wil. Uit onderzoek blijkt dat 2/3 van de adverteerders haar geld uitgeeft bij Google, Yahoo, AOL en MSN. Yahoo en AOL samen ontvangen maar liefst 28.8% van alle internet advertentie inkomsten.

 

In tegenstelling tot Buma, verkrijgt Ascap van haar leden slechts een niet-exclusief recht om aan derden toestemming te verlenen voor de openbaarmaking van hun muziekauteursrechten. De leden blijven ook zelf bevoegd licenties te verstrekken aan derden, of kunnen hun rechten overdragen aan een andere partij. Uit het vonnis blijkt dat met name Realnetworks onderzoek heeft gedaan, waaruit blijkt dat het streamen van de muziek van een bepaalde artiest, de verkoop van downloads met een factor 2 – 10 bevorderd.

 

Ascap had eerder een tarief voorgesteld dat was totstandgekomen door de toepassing van drie stappen:

1.                  het vaststellen van de totale (nationale) inkomsten van een serviceprovider, zonder aftrek van kosten. Een kostenaftrek vanwege advertentie verkoopcommissies en acquisitiekosten wordt echter doorgaans wél toegestaan door Ascap;

2.                  het aanpassen van de totale inkomsten, zodanig dat het muziekgebruik per website wordt verkregen, met name door de ‘total music hours’ te delen door de ‘total site hours’. Deze laatste factor wordt vastgesteld door een onafhankelijk onderzoeksbureau, dat bepaald hoeveel tijd gebruikers doorbrengen op een een bepaalde website.

3.                  toepassing van een tarief van 3% op de voor het muziekgebruik aangepaste inkomsten van de websites. Gaat het om een muziek-abonneedienst, dan wordt stap 2. achterwege gelaten en geldt een tarief van 3% van de totale inkomsten van de website.

 

Doordat de drie serviceporviders steeds hadden geweigerd data te verstrekken ter zake van het muziekgebruik op de diverse websites, kon Ascap moeilijk een tarief vaststellen en vroeg zij de rechtbank om een uitspraak.

 

De serviceproviders hoeven niet voor al het muziekgebruik te betalen. Vanwege het ontbreken van betrouwbare gegevens met betrekking tot het muziekgebruik in: films, TVseries, nieuws, sport, kinderprogramma’s, programma’s over auto’s, user generated content, gezondheid, weer, researchprogramma’s en advertenties met muziek, wordt door de serviceproviders niét betaald voor het eventuele muziekgebruik in dergelijke – door de serviceprovider toegankelijk gemaakte programma’s. Daar staat tegenover dat voor achtergrondmuziek ook het hoge tarief moet worden betaald.

 

Alhoewel in het vonnis ruimschoots aandacht wordt besteed aan de tarieven die door de drie serviceproviders sinds 2004/2005 worden betaald aan de vier major platenmaatschappijen voor het streamen van hun muziekvideo’s via het internet, is de hoogte van de betaalde bedragen helaas niét openbaar. Wel wordt duidelijk dat het hierbij om substantiële bedragen moet gaan.

 

De rechtbank oordeelde de door Ascap voorgestelde structuur – een tarief gebaseerd op bruto-inkomsten minus de reguliere aftrek voor acquisitie en advertentiekosten, met een bijstelling voor het daadwerkelijke muziekgebruik – als redelijk, zij het dat de reguliere aftrek vanwege acquisitie en bemiddelingskosten daaraan moest worden toegevoegd. Daarnaast vond de rechtbank de bedragen die door radiostations en de grote televisiestations werden betaald aan Ascap, tezamen met de bedragen die door de serviceproviders werden betaald aan de vier ‘majors’ voor het streamen van muziekvideos, het meest met elkaar vergelijkbaar voor het beoordelen van de uitkomst van de tariefstelling. Verder vergeleek de rechtbank de bruto inkomsten van ABC, CBS en NBC alsmede de hoogte van de door deze televisiegiganten betaalde vergoedingen aan Ascap, met de uitkomst van de door Ascap voorgestelde berekeningen voor de drie serviceproviders. Alhoewel de rechtbank een flatfee vergoeding niét geschikt acht voor de online muziekindustrie, bleek de uitkomst van die berekeningen (gebruikelijk voor radio en televisie) wél mee te tellen voor het oordeel omtrent de redelijkheid van de voorgestelde prijsstelling.

 

Het door de rechtbank vastgestelde tarief van 2,5% werd overgenomen van de al eerder tussen Ascap en MusicChoice totstandgekomen licentie. De rechtbank vond verder dat voor (niet-interactieve) online webcasters een bijstelling omhoog met 25% van het tarief dat eerder werd betaald door ether radiostations – van 1.615% naar 2.02% - eveneens aangewezen was, doordat uit onderzoek bleek dat online webcasters per uur meer muziek gebruiken dan ether radiostations (15 liedjes per uur in plaats van 11 of 12 liedjes per uur).

 

< terug mkoedooder@devos.nl print deze pagina
De Vos & Partners Advocaten
P.C. Hooftstraat 5-11
1071 BL Amsterdam
Nederland

T:+31 (0)20 2060700
F:+31 (0)20 2060750
info@devos.nl

Margriet Koedooder

Advocaat

T: 020-2060755
M: 0653812777
mkoedooder@devos.nl