Commissie EU zegt: USE IT OR LOSE IT! |
Maandag 11 Augustus 2008 |
Tijdens de zomervakantie heeft de Europese Commissie een voorstel voor een wijziging van Richtlijn 2006/116/ EC uitgebracht. Het voorstel bevat in principe twee initiatieven: de verlenging van de duur van de naburige rechten van 50 naar 95 jaar én het harmoniseren van de duur van het auteursrecht op muziekwerken die bestaan uit muziek en tekst. Opmerkelijk is de ‘ruil’ die in het voorstel is opgenomen. Enerzijds wil de Europese Commissie instemmen met het verzoek van (met name) de muziekindustrie en collectieve rechtenorganisaties de beschermingsduur te verlengen. Maar daar moet van de Commissie dan wel tegenover staan, dat artiesten hun overgedragen rechten op de uitvoeringen van de geluidsopnamen terug kunnen krijgen indien de platenmaatschappij de opnamen niet verder wenst te exploiteren. Is hier sprake van een revolutie? In ieder geval van een nieuwigheidje naar Nederlands recht. De Commissie wil artiesten blijkens het voorstel op deze manier in staat stellen hun ‘vroege’ opnamen zélf te marketen. Maar hoe zit het dan met de rechten van de platenmaatschappij? Krijgt de artiest die rechten ook in een use-it-or-lose-it geval? Zonder deze rechten kan de artiest immers alsnog niets beginnen met de oude opnamen. Nee, de Commissie kiest voor een geheel andere oplossing. Het nieuwe artikel 1-a (6) in het voorstel, waarin de use-it-or-loose-it clausule is geregeld, luidt als volgt: ‘If, after the moment at which, by virtue of Article 3 (1) and (2) in their version before amendment by Directive X, the performer and the phonogram producer would be no longer protected in regard of, respectively, the fixation of the performance and the phonogram, the phonogram producer ceases to offer copies of the phonogram for sale in sufficient quantity or to make it available to the public, by wire or wireless means, in such a way that members of the public may access them from a place and at a time individually chosen by them, the performer may terminate the contract on transfer or assignment. Where a phonogram contains the fixation of the performances of a plurality of performers, they may terminate their contracts on transfer or assignment only jointly. If the contract on transfer or assignment is terminated pursuant to sentences 1 or 2, the rights of the phonogram producer in the phonogram shall expire. If, one year after the moment at which, by virtue of Article 3 (1) and (2) in their version before amendment by Directive X, the performer and the phonogram producer would be no longer protected in regard of, respectively, the fixation of the performance and the phonogram, the phonogram is not made available to the public, by wire or wireless means, in such a way that members of the public may access them from a place and at a time individually chosen by them, the rights of the phonogram producer in the phonogram and the rights of the performers in relation to the fixation of their performance shall expire.’ Ik begrijp hieruit het volgende: De producent doet er vanaf de inwerkingtreding van dit voorstel goed aan álle opnamen waarover zij kan beschikken beschikbaar te (doen) maken voor het publiek, via het internet of anderszins. Doet zij dat niet, dan geldt dat de artiest - zodra de ‘oude’ duur van de naburige rechten van 50 jaar is verstreken - de in platencontracten opgenomen overdracht van de naburige rechten van de artiest kan beëindigen. Bovendien vervallen de naburige rechten van de platenproducent dan van rechtswege, waardoor de artiest de oude opnamen daadwerkelijk zélf kan uitbrengen. De duur van de naburige rechten van de artiest is alsdan 95 jaar. Is de artiest in feite een groep van artiesten, dan kan de beëindiging uitsluitend gezamenlijk plaatsvinden. Maar doet ook de artiest gedurende een periode van één jaar na ommekomst van de oorspronkelijke beschermingstermijn van 50 jaar niets, dan is van een duurverlenging geen sprake en staat het een ieder vrij de betreffende opnamen rechtenvrij te gebruiken. Kortom, op artiesten én platenmaatschappijen komt in dit scenario in feite een exploitatieverplichting c.q. beschikbaarstellingsverplichting te liggen, op straffe van verval van de laatste 45 jaar van de nieuwe beschermingstermijn van 95 jaar, te rekenen vanaf (volgens onze WNR) de 1e januari van het jaar, volgend op dat waarin de opname voor het eerst op rechtmatige wijze in het verkeer is gebracht of, indien dit eerder valt, is openbaar gemaakt. Ik weet niet hoe lang het zal duren voordat het voorstel van de Commissie – al dan niet in gewijzigde vorm – daadwerkelijk in werking zal gaan treden. Maar ieder jaar telt, want de richtlijn gaat niét met terugwerkende kracht gelden voor opnamen waarvan de rechten reeds in het publieke domein zijn gevallen op het moment van ‘adoption’ van de te wijzigen richtlijn 2006/116/EC van 12 december 2006. Met name de in de periode 1957 – 1967 gemaakte opnamen liggen dus onder schot. Volgens een rapport waarop de EC zich baseert, gaat 77-90% van alle artiesteninkomsten toe naar de top 20% van de artiesten toe. Je bent beroemd of je bent het niet. Alle niet beroemde artiesten verdelen de resterende 23 – 10% van de inkomsten onder elkaar. Er bestaat dus een grote discrepantie tussen de weinige verdiensten van niet bekende artiesten ten opzichte van de enorme verdiensten van bekende artiesten. Het is voor beginnende artiesten bovendien niet eenvoudig werk te vinden. Zelfs Pavarotti en Sting waren aanvankelijk docent voordat zij beroemd werden met hun muziek. En sleept een artiest een platencontract in de wacht, dan zijn de voorwaarden vanwege de zwakke positie van de artiest meestal zo ongunstig dat royalty betalingen laag zijn dan wel geheel achterwege blijven. Het zijn met name deze factoren die de Commissie er toe bewegen te constateren dat sprake is van een uiterst onzekere sociale positie voor artiesten. Een positie die de Commissie middels het voorstel wil verbeteren, naast de economische positie van de platenmaatschappij. Voor de platenmaatschappijen geldt dat slechts 1 op de 8 releases winstgevend is en sinds 2001 de waarde van de markt voor geluidsopnamen met 22% is gedaald. Het voorstel van de Europese Commissie roept bij mij veel vragen op over de toepassing ervan in de veelkoppige, dagelijkse praktijk. Het voorstel zal ook ongetwijfeld nog worden aangepast naar aanleiding van de te verwachten commentaren van de betrokkenen. Maar de use-it-or-lose-it clausule vind ik persoonlijk in ieder geval een aardige vondst, die ligt in de lijn van de grotere aandacht die er de afgelopen jaren is ontstaan voor de nadelige effecten die met name oude standaard muziekcontracten kunnen hebben voor de artiest en de auteur. Zie bijv. ook mijn artikel over de muziekwerken van Hans van Hemert in dit weblog. |