NIEUWE AMERIKAANSE TARIEVEN VOOR DOWNLOADS EN RINGTONES |
Maandag 20 Oktober 2008 |
Op 2 oktober j.l. bevielen de United States Copyright Royalty Judges (CRB) van een definitief besluit over de hoogte van de in Amerika bij wijze van dwanglicentie geldende auteursrechtelijke tarieven voor digitale downloads met muziek. Naar de uitspraak werd al heel lang uitgekeken. DwanglicentieIn Amerika is in de wet een dwanglicentie vastgelegd voor het verkrijgen van toestemming voor het verveelvoudigen en distribueren van muziekwerken. Een ieder die bereid is een bedrag van 9.1 dollarcent (tarief per 2006) neer te tellen per verveelvoudiging per titel, krijgt toestemming voor het op de markt brengen van de betreffende CD. Dit tarief geldt al sinds jaar en dag voor fysiek product. DPDVoor zogenaamde Digital Phonorecord Deliveries (DPD’s) was tot 2 oktober j.l. echter nog geen tarief bepaald. De rechthebbenden hadden aan de diverse internetdiensten wel toestemming vertstrekt om de werken te verveelvoudigen, maar onder de voorwaarden dat na vaststelling van het tarief alsnog een vergoeding zou worden voldaan voor de achterliggende jaren sinds 2001. Muziekuitgevers en muziekauteurs kunnen dan ook honderden miljoenen dollars tegemoet zien dankzij de uitspraak van het CRB. TarievenDe muziekuitgevers, verenigd in de NMPA, hadden voor downloads een tarief van 15 dollarcent per titel gevraagd, daar waar de RIAA namens de labels had aangegeven bereid te zijn een tarief van 5 a 5,5 dollarcent te voldoen. Het CRB heeft het tarief voor downloads nu vastgesteld op exact hetzelfde tarief dat geldt voor fysiek product, te weten 9.1 dollarcent of 1.75 dollarcent per minuut speeltijd (of deel daarvan). Voor fysiek product had de NMPA om een tariefverhoging naar 12.5 dollarcent gevraagd en de RIAA om een verlaging naar 6 dollarcent, maar het CRB heeft bepaald dat het mechanisch recht tarief voor fysiek product de komende jaren 9.1 dollarcent blijven. Voor ringtones is overigens een tarief van 24 dollarcent per ringtone bepaald. Toch wat merkwaardig, als je kijkt naar de duur van een ringtone. Een complete titel verveelvoudigen kost bijna drie keer minder dan het verveelvoudigen van een 30 seconden durende rintone. Mooi resultaat?De NMPA is vooral blij dat het tarief een bedrag in centen is gebleven, daar waar de RIAA had gevraagd om het vaststellen van een percentage, zoals wij ook in Nederland en de rest van Europa een percentage kennen. In Nederland wordt voor een verveelvoudiging van een muziekwerk op een CD immers 9,1% van de PPDprijs gerekend. Dit tarief is jaren geleden in Biem/Ifpi-verband vastgesteld (maar geldt weer niet in de UK). Of een verkoper van CD’s of downloads nu hoge of lage tatieven hanteert deert, de rechthebbenden in Amerika dus niet. Men krijgt in alle gevallen 9.1 dollarcent per titel. Toch zijn de muziekuitgevers niet helemaal tevreden met het resultaat. Een platenmaatschappij heeft in het geval van downloads geen distributie of fabricagekosten, waardoor het tarief voor downloads dus eigenlijk hoger moet zijn dan het tarief voor fysieke verveelvoudiging, aldus de NMPA. DossierVoor juristen die zich bezig houden met de vraag of er in Nederland wel of niet een met het CRB vergelijkbare Copyright Tribunal moet komen, zijn de volgende feitelijke gegevens wellicht interessant: - Tussen het indienen van de aanvraag bij het CRB om een tarief vast te stellen en het besluit ligt een periode van ruim 2,5 jaar; - Gedurende 28 dagen werden er meer dan honderd personen als getuigen gehoord, wat resulteerde in 8000 pagina’s verslaglegging van de hoorzittingen; - Meer dan 140 producties werden toegelaten en het dossier bevat meer dan 340 vorderingen en pleidooien. BelangenafwegingGelet op het dankzij het internet ontstane spanningsveld tussen de informatievrijheid enerzijds en de belangen van auteursrechthebbenden anderzijds vind ik de volgende zin uit het besluit van de CRB heel mooi: ‘Created shortly after the turn of the twentieth century, the Section 115 compulsory license represents Congress’ first effort to balance the exclusive rights of copyright owners with the concern of public access to protected works.’ Ook interessant zijn de vier beleidsdoelstellingen waaraan het CRB zich – naast gepresenteerd ‘benchmark’ materiaal - gebonden acht bij het bepalen van de hoogte van de tarieven, te weten (vrij vertaald): - het maximaliseren van de verkrijgbaarheid van creatieve werken door het publiek; - het toekennen van een redelijke vergoeding aan de muziekauteur voor zijn creatieve arbeid en het aan de gebruiker van het auteursrecht toestaan van een – onder bestaande economische condities - redelijk inkomen; - het in beschouwing nemen van de rol van de rechthebbende en de gebruiker van het auteursrecht voor zover dat de creatieve bijdrage, technologische bijdrage, financiële investering, kosten, risico’s en de bijdrage aan het openen van nieuwe markten en media voor (de communicatie van) creatieve expressie; - het minimaliseren van verstorende invloeden op de structuur en gebruiken van de betrokken industrie. Het CRB stelt het tarief dus aan de hand van een belangenafweging vast, waarbij ook het belang van de structuur en de gebruiken van de muziekindustrie worden meegewogen, maar niet beslissend zijn. Nieuwe Europese tarieven?In de nieuwe muziekwereld draait het meer dan ooit niet langer om het verkopen van exemplaren, maar om het verlenen van de toegang tot muziek. Muziek is dus geen product, maar een dienst. In de Verenigde Staten hadden ze dat blijkens voornoemd citaat al meer dan 100 jaar geleden goed in de gaten. In Europa is de door velen als nuttig geachte pan-europese licentie voor digitale downloads verder weg dan ooit, zo lijkt het. Hoe alsnog en snel te komen tot een uniform tarief en één loket voor digitaal gebruik van muziek in Europa? Ik zie twee mogelijkheden, te weten het naar analogie van de kabeltarieven vrijwillig, in collectief Biem/ISP-verband afspreken van uniforme tarieven, dan wel – naar analogie van de Amerikaanse situatie – het door de EG opleggen van een dwanglicentie naar Amerikaans model. De EG is tot dit laatste momenteel noch in staat noch bevoegd, waardoor de eerstgenoemde mogelijkheid overblijft. Collectieve rechtenorganisaties moeten dus niet met elkaar concurreren, zoals de EG momenteel wil, maar juist de gelederen sluiten en in goed overleg met (vertegenwoordigers van) ISP’s en/of hostingproviders snel een uniform tarief afspreken. Zo lang dat niet gebeurd, verdient in Europa geen van de rechthebbenden iets. |