NETWERK VAN BILATERALE BUMA CONTRACTEN WANKELT? NICHE REPERTOIRE IN GEVAAR? |
Dinsdag 18 November 2008 |
Op 14 november 2008 heeft de President van het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Commissie in een kort geding-achtige procedure de bezwaren van drie collectieve rechtenorganisaties, tegen de recente reorganisatieplannen van de Europese Commissie afgewezen. Deze reorganisatieplannen betreffen het systeem van bilaterale contracten dat sinds jaar en dag wordt toegepast door de Buma’s in de 24 Europese landen van de Europese Economische Ruimte. De Duitse Gema, de Franse Sacem en de Hongaarse Artisjus probeerden de reorganisatieplannen geschorst te krijgen, maar dat is hen niet gelukt. Artisjus meent dat met de reorganisatieplannen de bijl wordt gezet in het netwerk van bilaterale contracten. Het netwerk zélf en met name het bestaande ‘niche repertoire’ komt daardoor ernstig in gevaar volgens Artisjus. Maar de President van het Gerecht van Eerste Aanleg wilde daar niets van weten. Geen territoriale exclusiviteit toegestaanDe uitspraken volgen nadat de Europese Commissie op 16 juli 2008 (Decision C(2008) 3435) besloot dat een aantal elementen uit het systeem van bilaterale contracten niét door de Europese beugel kunnen. De bezwaren van de EC betreffen met name de in de contracten opgenomen territoriale exclusiviteit. Dankzij het netwerk van bilaterale overeenkomsten tussen zusterorganisaties wordt voorkomen dat er meerdere collectieve rechtenorganisaties uit verschillende landen zijn gevestigd in één land, die dezelfde incasso en repartitiewerkzaamheden uitvoeren. Bovendien kan de gebruiker van muziekauteursrechten in een bepaald land, volstaan met het vragen van een licentie aan één collectieve rechtenorganisatie (one-stop shop). In zoverre komt het netwerk de efficiency dus ten goede. Maar met name het gecoördineerde overleg tussen de collectieve rechtenorganisaties over de inhoud van de bilaterale overeenkomsten doorstaat de Europese toets niet. De bilaterale overeenkomsten zien overigens niet alleen op het ‘off-line’ gebruiken van muziekauteursrechten (optredens, radio, discotheken etc.), maar tevens op het gebruiken van muziekauteursrechten via het internet, de kabel of satelliet. De uitspraak van de EC van 16 juli had uitsluitend betrekking op deze laatste categorie van grensoverschrijdende soorten gebruik. Bezwaren ECDe bezwaren van de EC betreffen met name de volgende in de contracten opgenomen bepalingen:- lidmaatschapsbepalingen;- exclusiviteitsbepalingen; LidmaatschapEen muziekauteur kan zich volgens de tekst van sommige bilaterale overeenkomsten niet aansluiten bij een collectieve rechtenorganisatie buiten het land van de woonplaats van de auteur. Ook kan een auteur sich vaak niet bij meerdere collectieve rechtenorganisaties tegelijk aansluiten. ExclusiviteitVolgens de EC sluiten de collectieve rechtenorganisaties in 17 van de 24 betrokken landen nog steeds een contract af waarin een exclusiviteitbepaling voorkomt, als gevolg waarvan de contracterende partijen elkaar een monopoliepositie toebedelen in ieders eigen gebied voor het verstrekken van licenties met betrekking tot het gehele repertoire van de betrokken organisaties tezamen. Dankzij het netwerk van exclusieve licenties is sprake van territoriale exclusiviteit, hetgeen in strijd is met artikel 81 EG Verdrag, althans, voorzover het (kortweg) internetlicenties betreft. Ten aanzien van off-line gebruik lijkt de EC impliciet dus wél een territoriale exclusiviteit toe te staan, met name doordat voor de handhaving van die rechten steeds een lokale rechtenorganisatie noodzakelijk blijkt. Besluit PresidentWil een besluit van de EC kunnen worden geschorst door de President, dan dient sprake te zijn van zodanig dringende omstandigheden, dat het uitblijven van een schorsing zou leiden tot ernstige en onherstelbare schade voor de partij die om de schorsing vraagt. De verzoeker dient de ernstige en blijvende schade (een catastrofe) genoegzaam te bewijzen. De lat ligt hoog.De President stelt in het besluit vast dat het de EC in haar besluit van 16 juli 2008 te doen is om het bereiken van een systematiek waarbij iedere collectieve rechtenorganisaties ‘multi-repertoire multi territory’ licenties kan verstrekken voor muziekgebruik via kabel, satelliet en internet. Dat besluit is helder, en kan alleen – bij hoge uitzondering – worden geschorst. Bijvoorbeeld in het geval Artisjus aantoont dat haar eigen inkomsten voor het overgrote deel afkomstig zijn uit kabel, satelliet en internetgebruik van de rechten. Maar daarvan is geen enkele sprake. Ook het feit dat slechts drie van de 24 betrokken collectieve rechtenorganisaties om een voorlopige voorziening vraagt, is volgens de President een teken dat de zaak lang niet zo ernstig is als wordt geschetst door Artisjus. Artisjus bedient zich van allerlei onbewezen aannames en heeft het over hypothetische schade, hetgeen niét genoeg is voor een schorsing, aldus de President. CisacMij lijkt dat met deze uitspraak vooralsnog eerder een bijl wordt gezet in de Cisac. De President benadrukt namelijk – in navolging van de EC – dat het systeem van bilaterale contracten als zodanig niet is verboden, zelfs niet als daar territoriale beperkingen in voorkomen. Maar dat de (door Cisac) gecoördineerde afspraken van de betrokken collectieve rechtenorganisaties met betrekking tot de systematiek niet is toegestaan. |
|
|