TARIEFGESCHILLEN AUTEURSRECHTORGANISATIES |
Maandag 24 November 2008 |
Er komt een breder en sterker toezicht op collectieve rechtenorganisaties (hierna: CBO’s). Tariefgeschillen kunnen voortaan worden voorgelegd aan een onafhankelijke geschillencommissie. Dat blijkt uit een op 10 november 2008 bij de Tweede Kamer ingediend wetsvoorstel. Het voorstel is een wijziging van de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten van 6 maart 2003. Geschillencommissie voor tariefgeschillenOnder de nieuwe wet zullen ook Buma en de organisaties van vrijwillig collectief beheer gaan vallen, hetgeen op dit moment niet het geval is. Met name de individuele tarieftoetsing door de Geschillencommissie die wordt mogelijk gemaakt voorziet in een behoefte, zo lijkt het. Voor dergelijke geschillen geldt op dit moment dat partijen er zelf maar uit moeten zien te komen, hetgeen lang niet altijd lukt. De rechter blijkt met dergelijke geschillen niet zoveel aan te kunnen (zie de vele Sena / NOS rechtszaken). Ook de Nma geeft niet thuis en heeft in een dik rapport uitgelegd dat zij de door monopolisten gevraagde tarieven niet goed kan vergelijken met marktconforme tarieven. Het thans bestaande College van Toezicht heeft expliciet aangegeven er niet te zijn voor individuele tariefgeschillen. Dat is wel jammer, want voor betalende partijen betekent een vacuüm als omschreven dat zij in het geval van een monopolist vrijwel altijd aan het kortste eind trekken. Dat blijkt onder meer uit een geschil dat ik momenteel voer voor cliënten tegen Stemra, waarbij de grondslag van een door Stemra gehanteerde tarievenregeling ter discussie staat. Maar hangende de discussies kan Stemra gewoon incasseren en hebben cliënten dus in feite het nakijken. Efficiënte procedureDe Minister wil naar een ‘nieuwe ordening van de inrichting van het collectieve beheer’, met meer bevoegdheden voor de Minister zelf, het College van Toezicht en de nieuw op te richten geschillencommissie. Deze geschillencommissie kan de billijkheid van de hoogte en de toepassing van door CBO’s in rekening gebrachte vergoedingen beoordelen, maar niét als het gaat om geschillen die de billijke vergoeding betreffen voor het uitlenen, thuiskopiëren of de reprografische verveelvoudiging van werken. Met de instelling van de commissie beoogt de Minister een laagdrempelige en efficiënte procedure voor tariefgeschillen te bieden waarin expertise wordt gebundeld. VaststellingsovereenkomstEen betalingsplichtige of CBO kan de geschillencommissie verzoeken binnen drie maanden nadat een vergoeding in rekening is gebracht, uitspraak te doen over een geschil. Hetgeen de commissie heeft beslist wordt geacht overeengekomen te zijn tussen partijen, tenzij een betrokken partij het geschil binnen drie maanden na de uitspraak van de commissie voorlegt aan de rechter. Het advies van de commissie wijzigt dan van rechtswege in een vaststellingsovereenkomst als bedoelt in artikel 7:906 BW jo. 7:904 BW. Dat houdt in dat de rechter de uitspraak slechts kan vernietigen, indien deze in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming daarvan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Marginale toetsing dus. CriteriaDe geschillencommissie toetst in ieder geval aan de volgende beginselen en criteria: a. gelijke gevallen worden gelijk behandeld;b. de waarde van het gebruik van het werk in het economisch verkeer;c. de aard en de omvang van het gebruik. Hiertoe is met name gekeken naar de criteria die door het Europese Hof zijn genoemd in de Sena/Nos procedure. Bij het beoordelen van de waarde in het economische verkeer speelt de hoogte van de tarieven in de voorgaande jaren een belangrijke rol, aldus de MvT. Deze hoogte is immers door onderhandeling tussen partijen tot stand gekomen. De hoogte van de tarieven in andere lidstaten alsmede de hoogte van de tarieven voor vergelijkbaar gebruik van rechten kan eveneens relevant zijn. Verplicht adviesHet benaderen van de geschillencommissie is niet verplicht, maar het passeren van de geschillencommissie wordt wel moeilijk gemaakt. Zo dient de rechter in een tariefgeschil waarbij de billijkheid van de hoogte en de toepassing van een vergoeding ter discussie staat, eerst de commissie gelegenheid te geven een advies uit te brengen, tenzij de geschillencommissie al een uitspraak heeft gedaan of de rechter ook zonder advies aanstonds kan beslissen. Met dit laatste doelt men vooral op incassogeschillen, waarbij geen inhoudelijk verweer wordt gevoerd, zo blijkt uit de MvT. Het inschakelen van de geschillencommissie door de rechter moet worden beschouwd als een deskundigenbericht ex artikel 194 Rv. 24 CBO’sIn het wetsvoorstel worden 24 CBO’s genoemd waarop het toezicht van toepassing zal zijn, inclusief Buma, Stemra, Sena en Norma. De Minister overweegt de feitelijke geschillenbeslechting onder te brengen bij de Stichting Geschillencommissies voor Beroep en Bedrijf (SGB). De leden van de geschillencommissie dienen over juridische en financieel-economische deskundigheid te beschikken. Bestaande juridische procedures met betrekking tot tarieven worden door de nieuwe regeling overigens niet geraakt. |
|
|