SLACHTOFFER VAN IDENTITEITSFRAUDE |
Zaterdag 28 Februari 2009 |
Een Nederlandse zakenman is 15 jaar lang het slachtoffer geweest van identiteitsfraude. Door de fraude staat deze man al 15 jaar lang ten onrechte geregistreerd als drugscrimineel in de diverse informatiesystemen van de overheid. De fraude kon gebeuren, doordat de drugscrimineel zelf niet beschikte over een paspoort en stelselmatig de naam en geboortedatum van de Nederlander opgaf. De Nederlander bleek in de diverse registers van politie en justitie uiteindelijk maar liefst 43 strafrechtelijke antecedenten op zijn naam te hebben staan. Delicten, die dus door een ander waren gepleegd. Kort geding Vorige week heb ik namens deze Nederlander een kort geding gevoerd tegen de Staat. De Nationale Ombudsman had in oktober 2008 een voor de overheid vernietigend rapport uitgebracht over de ellendige gevolgen van de vervuilde overheidsbestanden voor deze Nederlander, maar sindsdien was er niets gebeurd. Alhoewel de Nationale Ombudsman de Staat had aangeraden excuses en een compensatie aan te bieden en een coördinerende instantie voor het verhelpen van de klachten, bleef iedere reactie van de overheid uit. Pas na een aansprakelijkheidstelling wegens onrechtmatige daad kwam er een reactie en wel van de landsadvocaat. De landsadvocaat wees iedere aansprakelijkheid van de overheid van de hand, er was geen schade en als er al schade was, was niet bekend hoe hoog die schade was en of die schade wel rechtstreeks was te wijten aan de vervuilde bestanden. De zakenman is inmiddels geestelijk, lichamelijk en financieel geruïneerd en vroeg de rechter in kort geding om een voorschot op schadevergoeding, opschoning van de bestanden en eerherstel. Vandaag heeft de voorzieningenrechter de vorderingen afgewezen. Veroordeling zonder schuld De Nederlander had de overheid al in 1994 laten weten dat iemand zonder zijn toestemming zijn naam leek te gebruiken, waarbij hij een foto en vingerafdrukken van zichzelf had verstrekt. De identiteit van de fraudeur was toen al bekend. Toch is de zakenman daarna zonder het te weten veroordeeld voor strafbare feiten die hij niet heeft begaan. Pas in hoger beroep heeft hij een vrijspraak kunnen bewerkstelligen, maar daar gingen enkele jaren over heen. Vervolgens bleek de vrijspraak enkele jaren lang ten onrechte niet te zijn ingeschreven in de daarvoor bestemde registers. Pas met heel veel moeite kon een cassatieberoep door de echte crimineel door de Nederland worden ingetrokken. Dankzij het vermeende drugsverleden kwam er een Fiod-onderzoek van enkele jaren, inclusief een inval van de Fiod met 35 bewapende agenten. Hij is op Schiphol door de marechaussee herhaaldelijk ‘uit de rij’ gehaald, waardoor vliegtuigen werden gemist en zijn reputatie beschadigd. Ook werd hij dankzij het vermeende drugsverleden volstrekt ten onrechte betrokken in het politieonderzoek van twee grote drugszaken en werd zijn foto en vermeende drugsreputatie door de politie doorgegeven aan zakenrelaties die door de politie als getuige werden gehoord. De echte crimineel zat vanaf 2002 tot eind 2008 zelfs in een Nederlandse gevangenis opgesloten, onder de naam van de zakenman. Nationale Ombudsman De Nationale Ombudsman heeft aangegeven erg geschrokken te zijn van de enorme moeite die het politie, justitie en de Koninklijke Marechaussee kost om onjuiste registraties van de Nederlander te achterhalen en te verwijderen of corrigeren. In feite is dat tot heden nog steeds niet volledig gelukt. Een slachtoffer van identiteitsfraude beschikt - ondanks regelgeving - in feite niét over de mogelijkheid de situatie te herstellen. Centraal Meldpunt Identiteitsfraude De overheid heeft inmiddels sinds 1 januari 2009 een Centraal Meldpunt Identiteitsfraude ingesteld. Slachtoffers kunnen met hun identiteit gepleegde fraude daar centraal melden. Maar wat er daarna precies gebeurd met de melding is volstrekt onduidelijk. In feite blijkt iedere politieregio over eigen bestanden te beschikken en kan de politie meldingen in een centraal bestand, ook als die onjuist zijn, niet wissen. Justitie beschikt weer over andere bestanden, evenals de Koninklijke Marechaussee. Slachtoffers komen op deze wijze in het scenario van een slechte film terecht en kunnen daaruit momenteel nauwelijks ontsnappen. Olievlek In de rapportage ‘Identiteitsfraude en Overheid’ van professor Grijpink werd al eerder vastgesteld dat identiteitsfraude – eenmaal geslaagd gepleegd – ‘zich als een olievlek verspreid tot in de kleinste administratieve haarvaten van allerleimaatschappelijke processen waar men de geslaagde primaire identiteitsfraude vaak niet meer kan doorzien’. Het gevolg is dat slachtoffers, in een geval als dat van de hiervoor genoemde zakenman, niet als zodanig worden gezien. Het slachtoffer wordt vanwege de vervuilde bestanden gezien als dader, met alle schadelijke gevolgen van dien. Het slachtoffer staat in de kou Staat niet verantwoordelijk? Enkele opmerkelijke wetenswaardigheden uit de pleitnotities van de landsadvocaat: Het bezit van een Nederlands paspoort is voor de marechaussee op Schiphol terecht niet voldoende voor het vaststellen van de identiteit van een persoon, omdat de echtheid van het paspoort niét aan de balie gecontroleerd kan worden. De Staat betwijfeld de feitelijke juistheid van het door de Nationale Ombudsman gedane onderzoek. De Nationale Ombudsman is bij de verkeerde personen te rade gegaan. Oordelen over de rechtmatigheid van gegevensverwerkingen door bestuursorganen zijn voorbehouden aan de bestuursrechter. De Staat is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor handelingen, verricht door een regionaal politiekorps of door een aldaar werkzame politieambtenaar. Begripsvergelijkende studie WODC Voor identiteitsfraude bevat het wetboek van strafrecht (Sr) geen aparte strafbaarstelling. Identiteitsfraude kan onder omstandigheden wel gevat worden onder computervredebreuk (artikel 138a lid 1 jo 138a lid 2 Sr) en onder oplichting (artikel 326 Sr).Onder dit laatste artikel kunnen bijvoorbeeld phishing en spoofing vallen. Identiteitsfraude kan ook onder de valsheidsdelicten worden gebracht (valsheid in geschrifte, fraude met reisdocumenten en betaalkaarten), de actieve en passieve fraude (art. 227a en 227b Sr.), mensensmokkel en verduistering, diefstal, verduistering, heling, oplichting en witwassen. In 2007 is er een begripsvergelijkende studie en analyse van nationale strafrechtsbepalingen uitgebracht door de WODC. Men deed onderzoek naar identiteitsfraude in Nederland, België, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Met name in dit laatste land zijn de ontwikkelingen wat verder dan in Nederland. In de studie wordt onder ’identiteitsfraude’ verstaan: ‘Identiteitsfraude is het opzettelijk (en) (wederrechtelijk of zonder toestemming) verkrijgen, toe-eigenen, bezitten of creëren van valse identificatiemiddelen en het daarmee begaan van een wederrechtelijke gedraging of: met de intentie om daarmee een wederrechtelijke gedraging te begaan.' Wetsontwerp 31 436 Inmiddels is er een Wet identiteitsvaststelling verdachten, veroordeelden en getuigen aanhangig bij de Eerste Kamer. In dat wetsontwerp wordt onder meer vastgesteld dat de vraag of foute identiteiten verdere doorwerking hebben gehad in de strafrechtsketen, alleen door nader onderzoek kan worden vastgesteld. Dat nadere onderzoek vergt echter een ‘niet verwaarloosbare opsporingscapaciteit en interfereert als zodanig met de prioriteiten die thans in de opsporing gelden’. Slachtoffers hebben dus niets aan deze nieuwe regelgeving. Dankzij deze wet zal in Nederland één centraal strafrechtsketennummer (SKN) worden ingevoerd als persoonsnummer voor de strafrechtsketen. Dit SKN-nummer moet door alle betrokken organisaties worden gebruikt in de onderlinge communicatie. Maar ‘in hoeverre organisaties in de keten daarnaast binnen hun eigen administratie nog andere nummers gebruiken, wordt aan hen zelf overgelaten’. Toekomstige slachtoffers zullen dus net als mijn cliënt nog steeds alle instanties moeten aflopen voor het corrigeren van de onjuiste gegevens. In het geval van mijn cliënt is gebleken dat het achterhalen van de onjuiste registraties, het aantal vervuilde bestanden en de juiste instanties waar om correctie mot worden gevraagd jaren kost. Ook na het invoeren van het SKN-nummer zal dat gelet op het voorgaande kennelijk zo blijven. Opmerkelijk is ook dat het aan de eigen verantwoordelijkheid van de verdachte wordt overgelaten om het aan hem toegekende SKN-nummer, dat hij kan vinden in zijn strafdossier, niet breder bekend te maken. Immers, dan zou iemand er fraude mee kunnen plegen. Ook een pincode wordt iemand geacht niet verder te vertellen, maar dat gebeurd in de praktijk toch. Het zier er naar uit dat de invoering van één SKN-nummer het plegen van identiteitsfraude eerder zal bevorderen dan voorkomen. Het is dan ook onbegrijpelijk dat in dit wetsontwerp niet veel meer aandacht is besteed aan de slachtoffers van identiteitsfraude. Zij komen in dit nieuwe voorstel niet aan bod. Dankzij de Haagse rechter is duidelijk geworden dat de slachtoffers van identiteitsfraude nog veel meer in de kou staan dan al werd gedacht. De Staat is volgens het vonnis niet aansprakelijk voor de handelswijze van de 25 regiokorpsen van de politie. Het slachtoffer zal herhalve niet alleen zelf naar de Koninklijke Marechuassee, FIOD en diverse jusittie-onderdelen moeten stappen voor inzage, correctie en schadeloosstelling vanwege de onjuiste registraties, maar tevens naar 25 verschillende politiekorpsen. De Staat gaat dus niet over de politie. Dat lijkt mij ONAANVAARDBAAR! Handige links: Handige tips om fraude te voorkomen vindt u hier. Een praktische handleiding voor particulieren en bedrijven met eenvoudige methoden om identiteitsfraude te voorkomen vindt u hier. Zie ook: www.fraudevoorkomjezelf.nl www.ejure.nl – dossier identiteitsfraude www.stop-identiteitsfraude.nl http://oplichting.startpagina.nl |