Secondary Ticketing: zwarthandel of toegestaan?

Woensdag 15 April 2009
Het blad Entertainment Business Live, nr. 2 van april 2009 is geheel gewijd aan het thema: ticketing. Ook aan  secondary ticketing, voor het gemak afgekort als ‘ST’ wordt aandacht besteed. Er wordt gewezen op het wetsvoorstel dat Arda Gerkens van de SP wil indienen en dat ST aan banden moet leggen. En een jurist geeft antwoord op enkele juridische vragen die het fenomeen ST oproept. Wie is de eigenaar van een ticket? Mag een eigenaar maatregelen treffen die doorverkoop van tickets verbieden? Wat is de positie van de consument? Is sprake van misleiding wanneer een partij via internet tickets aanbiedt van een nog niet bestaand en/of bevestigd concert? Interessante vragen, waar echter zo nu en dan door de jurist het antwoord ‘geen commentaar’ op wordt gegeven. In het onderstaande artikel wordt wat dieper ingegaan op de gepubliceerde vonnissen die gaan over de doorverkoop van tickets. Dat zijn er in Nederland niet erg veel geweest, maar toch wel voldoende om wat conclusies uit te kunnen trekken. Zelf behandel ik zo nu en dan ook zaken op het gebied van ST. Alhoewel ST ook voor de poppodia een probleem is, spelen de rechtszaken zich toch veel vaker af of het gebied van de sport. De reisbranche is zich eveneens met het fenomeen gaan bezig houden, doordat het aantrekkelijk werd om niet alleen kaartjes aan te bieden voor een westrijd, maar tevens het (vlieg)vervoer en de overnachting(en) in één pakket aan te bieden. Helaas gaat het dan wel eens goed fout, met name als de kaartjes niet geleverd worden maar de reservering van het vliegtuig en het hotel wél afgerekend moeten worden.
 

Rechtspraak

 

Al weer 9 jaar geleden, op 12 mei 2000 vond de Haagse rechter in kort geding dat met het door de UEFA gehanteerde gesloten systeem van kaartverkoop voor Euro 2000, een zwaarwegend belang was gemoeid dat zij ook in opdracht van de overheden van Nederland en België moest behartigen, te weten het beheersen van de openbare orde en veiligheid rond de voetbalwedstrijden van het EK. De gehanteerde algemene voorwaarden, waarin een verbod van overdracht was opgenomen en de mogelijkheid van toegangsweigering was opgenomen indien de kaarten niet via de officiële kanalen waren verkregen, werden ‘niet onredelijk bezwarend’ aangemerkt en waren aldus toegestaan. Maar doordat de kaartverkopende partij tegenover de diverse voetbalbonden niet even scherp was in de handhaving van haar strenge bepalingen (de bonden mochten wél doorverkopen aan reisbureaus waarbij de verplichte tenaamstelling pas later volgde, als het reisbureau de kaart had verkocht) werd het opkopen van kaarten door de gedaagde bij de bonden zelf niét als onrechtmatig beoordeeld. Het opkopen en doorverkopen aan andere derden was dat echter wél, terwijl ook strijd met het merkrecht werd geconstateerd doordat de gedaagde het beeldmerk Euro 2000 zonder toestemming van de UEFA had gebruikt. Met name de veiligheidsaspecten gingen dus in deze zaak vóór alles.

Later bleek in de praktijk dat de tenaamstelling van de kaarten teveel problemen gaf aan de poort. De tenaamstelling van kaarten werd daardoor later niét meer toegepast.

 

Cupido

Een maand na het vonnis van de Haagse rechter stond het bekende doorverkoopbedrijf CUPIDO voor de Amsterdamse rechter in kort geding. Nog niet zo lang geleden stond in de krant een wat treurig interview met de eigenaar van het in 2000 nog zo florerende bedrijf. Zijn bedrijf was failliet en hij zat tot over de oren in de schulden. Hij kon slechts mistroostig toekijken hoe anderen successen en winsten behaalden met hetgeen hij destijds had bedacht.

Deze Amsterdamse rechtszaak betrof eveneens de Euro 2000 kaartjes van de UEFA. Cupido werd het plegen van (misbruik van) wanprestatie en onrechtmatig gedrag verweten, doordat zij in strijd met de algemene voorwaarden en de betamelijkheid kaarten opkocht en doorverkocht. Cupido betoogde zonder succes dat het kaartverkoopsysteem misleidend was tegenover het Nederlandse publiek. De gehanteerde algemene voorwaarden werden niet onredelijk bezwarend aangemerkt, er was wel degelijk sprake van het uitlokken van wanprestatie door Cupido en de veiligheidsaspecten wogen ook voor de Amsterdamse rechter zwaar blijkens het vonnis van 9 juni 2000.

 

Hoger beroep

Cupido ging van het vonnis in hoger beroep en slaagde. Inmiddels was namelijk gebleken dat de UEFA zelf een puinhoop had gemaakt van haar gesloten verkoopsysteem. De tenaamstelling gold slechts voor Nederlandse en Belgische kaarten (34%) en niet voor de andere landen (66%). Bovendien werd er in het stadion niet of nauwelijks gecontroleerd door de UEFA en had de gebrekkige toewijzing van kaarten door de UEFA er toe geleid dat vele personen kaartjes hadden gekregen voor tijden en wedstrijden waar ze niets mee konden of wilden. Het door de UEFA eerder beloofde ‘geraffineerde computersysteem’ voor de controles bleek in de praktijk niet te hebben bestaan. In hoger beroep werd op 28 juni 2001 geoordeeld dat van onrechtmatige uitlokking van wanprestatie geen sprake was en de UEFA vanwege de misstanden een onvoldoende spoedeisend belang had bij de gevraagde verboden.

 

Tweede Kamer

Intussen had in de Tweede Kamer een debat plaatsgevonden over de (on)wenselijkheid van de strafbaarstelling van de zwarthandel in kaarten. Maar strafbaarsdtelling werd toch een minder geëigend middel gevonden en de handhaving diende plaats te vinden tussen partijen, via de civielrechtelijke weg.

 

Advocaat-Generaal

Een zwarthandelaar was het vervolgens niet eens met het feit dat de stichting Euro 2000 het kort gedingvonnis van 9 juni 2000 ten uitvoer had gelegd. Deze persoon verzocht de rechtbank te verklaren voor recht dat Euro 2000 onrechtmatig had gehandeld vanwege de tenuitvoerlegging van dat vonnis, maar deze vordering werd zowel bij de rechtbank, het Hof als de Hoge Raad afgewezen. Het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2008 gaat verder niet inhoudelijk op de materie in, maar dat doet de Advocaat-Generaal in de Conclusie bij het arrest wél. De AG concludeert dat het enkele profiteren van de verkoop van niet overdraagbare kaartjes niet onrechtmatig is, maar dat wel kan worden in het geval van bijkomende omstandigheden. Daar was in het geval van euro 2000 sprake van, doordat het gesloten kaartverkoopsysteem voortvloeide uit het oogpunt van orde en veiligheid. Doorverkoop uit louter winstbejag is dan onrechtmatig. Is derhalve sprake van doorverkoopmaatregelen in verband met de bevordering van de openbare orde en veiligheid bij een grootschalig en niet van risico’s daarvoor ontbloot evenement, dan is de ondermijning van het gesloten verkoopsysteem door de opkoop en doorverkoop van kaarten onrechtmatig. 

 

Veiligheidseisen

Ook de AG maakt in zijn conclusie duidelijk dat het feit dat het de Nederlandse en Belgische overheden waren geweest die het gesloten verkoopsysteem in verband met de veiligheidseisen hadden voorgeschreven, doorslaggevend is geweest voor het onrechtmatigheidoordeel. In het geval van Euro 2000 ging het uiteindelijk om 1,2 miljoen kaarten voor 31 wedstrijden, waarvan 66% buiten Nederland en België werd verkocht. Het ging aldus om een grootschalig evenement waar de overheid zich om veiligheidsredenen mee bemoeide. In dat geval woog de sociale context van de veiligheid zwaarder dan de vrijheid van handel. Daarnaast woog het louter uit winstbejag welbewust uitlokken van de wanprestatie door de zwarthandelaar mee. Dat is vrijwel steeds onrechtmatig. De povere uitvoering van het gesloten kaartverkoopsysteem door de UEFA bleek uiteindelijk toch nauwelijks van belang.

 

Popconcerten

Van dit alles is echter doorgaans in het geval van popconcerten geen sprake, hetgeen mede verklaart waarom de zwarthandel in kaarten voor popconcerten nooit echt effectief civielrechtelijk beteugeld kon worden door de organisatoren van deze evenementen. De overheid schrijft dan immers doorgaans niet of nauwelijks iets voor vanwege de veiligheid.

 

KNVB

Op 27 maart 2009 won de KNVB een rechtszaak over de doorverkoop van toegangskaarten. De KNVB had een plan van aanpak ontwikkeld om de zwarthandel in toegangskaarten tegen te gaan. Eén van de maatregelen was het blokkeren van toegangskaarten die ongeautoriseerd waren doorverkocht. Aan de houders van die kaarten werd de toegang tot het stadion ontzegd. Voor één bepaalde wedstrijd werden 850 kaarten geblokkeerd. Twee internet ticketshops en negen houders van kaarten eisten in kort geding de ongedaanmaking van de blokkering, maar tevergeefs.

 

Recht aan toonder

Een toegangskaart die niet op naam is gesteld, is een recht aan toonder. De vrije overdraagbaarheid ervan kan worden beperkt, door op de achterzijde van het kaartje de beperkingen te noteren, zodanig dat deze beperkingen voor de verkrijger en diens rechtsopvolgers kenbaar zijn. Daarnaast is het vereist om publiekelijk op ruime schaal bekend te maken dat er algemene voorwaarden van toepassing zijn op de toegangskaarten. Doet men dat niet, dan kan namelijk met succes worden betoogd dat deze voorwaarden niet van toepassing zijn, omdat er pas ná het kopen van de ticket kennis van kon worden genomen. De toepasselijkheid van de voorwaarden moet dus van algemene bekendheid zijn. Bovendien moet in deze voorwaarden worden opgenomen welke sanctie er staat op de commerciële doorverkoop van kaarten. In het geval van 27 maart 2009 betrof de sanctie het vervallen van de geldigheid van een kaartje. Dat is onder de geschetste omstandigheden dus toegestaan.

 

Strafrechtelijke handhaving?

Ik ben benieuwd of de Tweede Kamer in de nabije toekomst wél gaat oordelen dat niet civielrechtelijke maar strafrechtelijke handhaving door de overheid zélf de voorkeur gaat verdienen als het gaat om het tegengaan van zwarthandel. Er is een florerende handel in ST ontstaan, waaraan de organisatoren van evenementen inmiddels zélf deelnemen. Is een verbod dan nog wel in het belang van deze organisatoren, of willen die inmiddels zelf ook liever  meeverdienen aan de hogere marktwaarde die sommige kaarten blijken te kunnen krijgen? Er is inmiddels buiten Nederland sprake van een beroepsvereniging: de Association of Secondary Ticketing Agents (ASTA) en van een ethische en praktische Code waaraan de leden van Asta moeten voldoen. Ook roepen enkele ST-ers zelf om een keurmerk waaruit de ‘echtheid’ van een kaartje zou moeten kunnen blijken. Ontwikkelingen die m.i. – mede gelet op het internet - eerder wijzen op het volwassen worden van een nieuwe branche, dan op zwarthandel die door de overheid via wetgeving de kop moet worden ingedrukt.

   

 


< terug mkoedooder@devos.nl print deze pagina
De Vos & Partners Advocaten
P.C. Hooftstraat 5-11
1071 BL Amsterdam
Nederland

T:+31 (0)20 2060700
F:+31 (0)20 2060750
info@devos.nl

Margriet Koedooder

Advocaat

T: 020-2060755
M: 0653812777
mkoedooder@devos.nl