Geen Divorcia van Sony BMG voor Julio Iglesias |
Vrijdag 29 Mei 2009 |
Op 20 mei 2009 is vonnis gewezen in een bodemprocedure welke door de artiest Julio Iglesias was aangespannen tegen zijn platenmaatschappij Sony BMG. Partijen hadden al sinds 1978 een zakelijke relatie met elkaar en er waren meer dan 100 miljoen geluidsdragers met de liedjes van Iglesias verkocht. Toch wilde Iglesias af van zijn platenmaatschappij, kennelijk, zo blijkt uit de uitspraak, vanwege ontevredenheid over (het ontbreken van?) de digitale exploitatie van de albums. De Wet Naburige Rechten (WNR) kent geen bepaling die ziet op de gevolgen van de inwerkingtreding van de WNR met betrekking tot vóór 1 juli 1993 tot stand gekomen overeenkomsten. Wat betekent dat voor platencontracten die voor deze datum zijn gesloten? Geen overdrachtDe vraag of oude platencontracten, die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van de WNR een overdracht van de toen nog onbekende naburige rechten kúnnen omvatten, wordt negatief beantwoord. Nee, dat kan niet. Maar de rechter nuanceert het resultaat wel, door te besluiten dat er van dient te worden uitgegaan dat de WNR de door Sony BMG vóór 1 jui 1993 verkregen exploitatierechten onverlet laat. Sony BMG heeft voor de exploitatie van de opnamen die voor 1 juli 1993 zijn gerealiseerd niet alsnog de toestemming nodig van de artiest. Wel exclusieve licentieMaar hoe zit het dan met de platencontracten die na 1 juli 1993 zijn gesloten? Bevatten deze overeenkomsten wel een overdracht van de naburige rechten? Dat hangt van de tekst van de overeenkomsten af. Vanwege de door de wet opgelegde noodzaak om de overdracht beperkt uit te leggen, moet zo’n overdracht niet te snel in een contract worden gelezen. Maar dat hoeft ook niet, zegt de rechter, omdat aan het doel van het platencontract ook recht wordt gedaan als daarin een aan Sony BMG verleende, exclusieve licentie wordt gelezen. En aldus geschiedde. Alhoewel een overdracht derdenwerking heeft en een exclusieve licentie niet (vergelijkbaar met het verschil in positie tussen de koper en de huurder van een huis), kan een exclusieve licentie wel heel erg een overdracht benaderen, bijvoorbeeld als de licentie onherroepelijk, wereldwijd, exclusief en voor onbepaalde tijd is gesloten. Aard en strekkingDe aard en strekking van de oude overeenkomsten is volgens de rechtbank bepalend. Als daarin, zoals in het geval van Iglesias, reeds op voorhand rekening is gehouden met thans bekende én onbekende vormen van exploitatie, dan dient het er voor te worden gehouden dat de platenmaatschappij anno 2009 ook onder de WNR toestemming van de artiest voor de huidige exploitaties heeft gekregen. Die toestemming ziet óók op digitale exploitatie en exploitatie via het internet, doordat uit de tekst van (met name) de ruime definities bleek dat het destijds de bedoeling was geweest aan Sony BMG het recht te verstrekken de geluidsdragers op welke toekomstige wijze dan ook te exploiteren. Eigen handelswijze artiestHet gaat daarbij dan bijvoorbeeld om contractuele omschrijvingen zoals: ‘all forms of reproductions, now or hereafter known….’ Maar ook de eigen handelswijze van Iglesias speelde een rol. Hij had er bij Sony BMG eerder op aangedrongen enkele specifieke digitale exploitatiemogelijkheden beter te benutten én hij had nooit geprotesteerd tegen de eerdere digitale exploitatie van de albums door Sony BMG. Iglesias wist dus van eerdere exploitaties af en had daar kennelijk in berust. De rechtbank geeft aan dat je daar dan later niet zo maar terug kan komen op. Met haar tijd meegaanVoor de exploitaties van de na 1996 verschenen album neemt de rechtbank – als gezegd – aan dat van een overdracht van naburige rechten geen sprake is geweest. Simpelweg omdat er in die nieuwere overeenkomsten kennelijk geen clausule was opgenomen die specifiek op de overdracht van de naburige rechten zag. Maar de rechtbank leest dus wel een exclusieve licentie in deze overeenkomsten, die ook ziet op de digitale rechten, en dat is voor Sony BMG natuurlijk in beginsel genoeg. ‘Zouden de toekomstige (digitale) exploitatiemethoden niet onder de overeenkomsten zijn te scharen, dan zouden de overeenkomsten voor een belangrijk deel zonder betekenis zijn geworden’, aldus de rechtbank. Sony BMG moet immers ook van de artiest ‘met haar tijd meegaan’ en zij moet ‘inspelen op nieuwe technische ontwikkelingen en nieuwe exploitatiemethoden’. De belangrijkste zin in het vonnis lijkt echter deze: ‘Dat bepaalde exploitatiewijzen ten tijde van het aangaan van de diverse overeenkomsten nog niet voorzienbaar waren, laat onverlet dat partijen daarop in de overeenkomsten hebben geanticipeerd middels de (..) ruime omschrijvingen.’ En nu maar afwachten wat een rechter gaat doen met oude platencontracten waarin géén ruime definities zijn opgenomen. |