HET PROCES: FRANZ KAFKA EN NEL BENSCHOP

Donderdag 12 November 2009

In Tel Aviv buigt een rechtbank zich momenteel over de vraag of een paar dozen niet uitgegeven manuscripten met werken van de beroemde schrijvern Franz Kafka wel of niet aan buitenlandse bieders mogen worden verkocht. Jaren daarvoor had Kafka aan zijn boezemvriend Max Brod gezegd dat hij de manuscripten allemaal vernietigd wilde hebben na zijn dood. Brod negeerde dit bevel, waarna de wereld kennis kon nemen van enkele boeken die doorgaan als meesterwerken, waaronder zijn beroemde boek HET PROCES.

 

Testament

Er komen wel eens vaker problemen voor met nog niet uitgebrachte werken, die na de dood van een auteur worden gevonden. In principe beslissen de erfgenamen over de vraag wat er mee gaat gebeuren, maar soms regeert de auteur over zijn graf heen door al dan niet bij testament aanwijzingen voor de publicatie achter te laten. Erfgenamen zijn het lang niet altijd met elkaar eens, waardoor de exploitatie van werken na de dood van de auteur ernstig kunnen worden gefrustreerd. De auteur kan hier bij leven iets tegen doen, door bijv. bij testament één gevolmachtigde aan te wijzen die na zijn of haar dood gerechtigd is alle uitgeefbeslissingen te nemen. Maar deze regeling wordt vaak vergeten.

 

Publicatie tegen de wil van de erflater

Uit het voorbeeld van Kafka blijkt dat erfgenamen niet altijd doen wat hen wordt opgedragen. Ook de weduwe Voskuil hield zich niet aan de wens van haar man om een bepaald manuscript niét uit te brengen na zijn dood. Maar de weduwe Voskuil vond het een mooi manuscript en publicatie waardig.

 

Nel Benschop

Dat vond Dick Smits, de pleegzoon van Nel Benschop, in het geval van door haar geschreven liefdesgedichten echter niet. Nel Benschop is bekend geworden door haar dichtbundels met religieuze gedichten. In 2005 overleed zij op 87-jarige leeftijd aan de gevolgen van dementie. Vier jaar voordien had zij een map met 50 niet gepubliceerde liefdesgedichten overhandigd aan een CD-producent. De liefdesgedichten hebben betrekking op de relaties die ze heeft gehad met twee getrouwde mannen. De producent had al vaker CD’s met gedichten van Benschop uitgebracht, maar daarbij ging het om de religieuze gedichten. Benschop had in de studio van de producent 17 liefdesgedichten voorgedragen ten behoeve van de CD. Bovendien had zij twee persoonlijke foto’s gegeven aan de producent, ten behoeve van het art work van de CD. Helaas ging het daarna geestelijk bergafwaarts met Benschop.

 

Dick beslist

De pleegzoon was na het overlijden de enige erfgenaam van Benschop en kon vervolgens als enige beslissen over de vraag of de gedichten wel of niet werden uitgebracht, zo bleek onlangs uit een vonnis in een bodemprocedure van de rechtbank Zwolle-Lelystad  (LJN HA ZA 07-315). Op de envelop met de gedichten had Nel Benschop geschreven dat na haar dood ‘hier eventueel uit gepubliceerd mag worden. Dick moet hierover beslissen’.

 

Dick wil niet

Op de aan de producent verstrekte envelop met liefdesgedichten had zij echter ook iets geschreven, namelijk ‘op 21 februari 2001 meegegeven aan Wim H. ten behoeve van een te maken CD. Nel Benschop’.  Wim H. had uit deze woorden en uit het feit dat zij in zijn studio 17 gedichten had voorgedragen, afgeleid dat hij gerechtigd was de CD met de opnamen ook daadwerkelijk te realiseren en exploiteren. Maar de pleegzoon had inmiddels besloten de liefdesgedichten niét te zullen publiceren, waardoor de rechter er aan te pas moest komen. Wie trekt hier aan het langste eind?

 

Haviltex

De rechtbank paste de Haviltex-formule toe (zie eerdere blogs) en oordeelde dat uit de aantekeningen op de envelop die aan Wim H. was verstrekt niét een licentie mocht worden afgeleid ten behoeve van het maken en exploiteren van een CD met de liefdesgedichten. Haar medewerking aan de opnamen deed daar niets aan af. De rechter liet zich bij dit oordeel vooral leiden door de gewoonte van Benschop om haar auteursrechten op de religieuze gedichten over te dragen aan haar uitgever, aan wie Wim H. voor de door hem uitgebrachte eerdere CD’s met religieuze gedichten ook altijd toestemming had moeten vragen voor het gebruiken van de werken van Benschop. Dit gebruik woog zwaar. Benschop had kennelijk wel de bedoeling gehad om met Wim H. op enigerlei wijze samen te werken, maar uit de aantekening op de envelop bleek niet op welke wijze zij die samenwerking in auteursrechtelijke zin gestalte had willen geven. Het leek er volgens de rechter eerder op dat Nel Benschop zich in het geheel niet bewust was geweest van auteursrechtelijke vragen over de uitgave van de CD. De wilsovereenstemming ten aanzien van het sluiten van een licentie met Wim H. was niét aangetoond, aldus de rechter.

 

Geen naburig recht?

De pleegzoon heeft de zaak gewonnen. De liefdesgedichten van Nel Beschop zullen vooralsnog voor de lezer verborgen blijven. De Haviltex-formule blijft belangrijk voor de uitleg van afspraken en contracten, zo blijkt uit het vonnis. Maar wat ook opvalt in het vonnis, is dat het begrip ‘naburig recht’ geen enkele keer valt. De Wet Naburige Rechten eist voor het  verstrekken van een licentie de schriftelijke vorm. Het declameren van gedichten die worden opgenomen in een geluidsstudio, is in naburige rechten vertaald, de uitvoering van een werk van kunst door een uitvoerend kunstenaar en de vervaardiging van een fonogram door een fonogrammenproducent. De fonogrammenproducent (Wim H.) heeft voor de eerste vastlegging van een uitvoering de toestemming nodig van de uitvoerende kunstenaar, in casu Nel Beschop, welke toestemming volgens de WNR moet blijken uit een geschrift. Het meewerken aan de opnamen is daarvoor niet voldoende. 

< terug mkoedooder@devos.nl print deze pagina
De Vos & Partners Advocaten
P.C. Hooftstraat 5-11
1071 BL Amsterdam
Nederland

T:+31 (0)20 2060700
F:+31 (0)20 2060750
info@devos.nl

Margriet Koedooder

Advocaat

T: 020-2060755
M: 0653812777
mkoedooder@devos.nl