ANOUK, CEES VAN LEEUWEN EN HAVILTEX - deel I

Vrijdag 9 November 2007

Het maakt in principe niet uit of een muziekcontract heel omvangrijk of juist heel summier is. In beide gevallen geldt – in het geval van een geschil – de HAVILTEX formule.

 

Met de ietwat mysterieuze aanduiding HAVILTEX wordt door rechters, advocaten en juristen een regel van uitleg van contracten aangeduid. De uitlegregel is door de Hoge Raad op 13 maart 1981 bedacht en is sindsdien in de rechtspraak van groot belang gebleken, óók of misschien wel júist in het geval van muziekcontracten, waar vaak vele kwesties vooraf niet tot in detail in het contract geregeld kunnen worden (al denkt men daar in de Verenigde Staten, getuige de vele ‘dikke’ muziekcontracten aldaar, heel anders over). Anouk en Cees van Leeuwen kwamen onlangs achter het belang van deze formule, toen Anouk als gedaagde partij een kort geding won dat haar voormalige manager Cees van Leeuwen tegen haar had aangespannen.

 

De Haviltex uitlegregel luidt als volgt:

 

‘De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.’

 

De voorzieningenrechter in Amsterdam paste deze maatstaf in het geval van Anouk en haar manager onlangs netjes toe.

 

Zo op het eerste gezicht lijkt in de formule een ‘leemte’ centraal te staan, oftewel een in het contract niet geregelde kwestie. Daardoor kan de gedachte op komen dat zonder zo’n leemte de letterlijke tekst van een contract wél doorslaggevend is. Maar dat is niét het geval. Dit tot groot ongenoegen van mr A.A.A. van Rooy, die onlangs in het Advocatenblad (nummer 8 van 1 juni 2007) beweerde dat  ‘dat onnozele Haviltex-arrest nimmer gewezen had mogen worden’. ‘Pas als de tekst van een overeenkomst niet duidelijk was, moest je gaan interpreteren’, aldus Mr van Rooy. Waardoor hij zich over de uitkomst van de door hem destijds in de periode 1976 – 1981 behandelde rechtszaak lange tijd geen zorgen maakte. De rechtbank en het Hof gaven zijn cliënt Haviltex dan ook aanvankelijk gelijk. Een bepaling in het contract waaruit bleek dat het bedrijf Haviltex de door haar gekochte snijmachine voor eind 1976 mocht teruggeven en dat de verkopers dan f 20.000,- moesten terug betalen was glashelder. Maar helaas betaalden de verkopers de geldsom niet terug, waardoor Haviltex een rechtszaak was gestart. Maar helaas gaf de Hoge Raad – ondanks de bewoordingen van het contract – tóch de verkopers gelijk. Zij meenden dat je de machine niet zomaar  terug kon geven, maar dat voor de teruggave goede redenen moesten zijn.

 

Ook op wél in een contract geregelde situaties is de Haviltex regel dus van toepassing, evenals op de verhouding van partijen als zodanig. Dat geeft partijen over en weer de nodige speelruimte, maar maakt ook dat het bijzonder moeilijk is op voorhand de uitkomst van contractuele geschillen te voorspellen. Er spelen immers vele factoren en omstandigheden een rol.


< terug mkoedooder@devos.nl print deze pagina
De Vos & Partners Advocaten
P.C. Hooftstraat 5-11
1071 BL Amsterdam
Nederland

T:+31 (0)20 2060700
F:+31 (0)20 2060750
info@devos.nl

Margriet Koedooder

Advocaat

T: 020-2060755
M: 0653812777
mkoedooder@devos.nl