Muziekauteur Hans van Hemert krijgt van de rechter de muziekuitgaverechten van zijn hits terug

Woensdag 13 Februari 2008

Hans van Hemert krijgt van de rechter de muziekuitgaverechten op zijn bekende hits terug wegens wanprestatie door diens muziekuitgever. Op woensdag 6 februari j.l. wees de rechter vonnis in een gerechtelijke procedure tussen mijn cliënt Hans van Hemert enerzijds en de muziekuitgeverij Intersong Basart/Strengholt anderzijds. Het is bij mijn weten de eerste keer in Nederland dat een muziekauteur er in slaagt via de weg van de buitengerechtelijke ontbinding wegens wanprestatie de voor de duur van het auteursrecht overgedragen muziekauteursrechten terug te krijgen van diens muziekuitgeverij.

Buitengerechtelijke ontbinding 

De procedure was het gevolg van een door Hans van Hemert bij brief van 8 december 2005 gedane, voorwaardelijke buitengerechtelijke ontbinding wegens wanprestatie ter zake van alle onderliggende muziekuitgavecontracten die zijn bij Strengholt ondergebrachte repertoire uit de jaren ’70 van in totaal 227 liedjes betroffen. In deze catalogus bevinden zich vele hits van Van Hemert, waaronder liedjes die bekend zijn geworden door LUV en het duo Mouth & McNeal. Van Hemert ontving in de jaren 70 tot twee keer toe de Exportprijs van (thans) Buma Cultuur.

Radiostilte 

Een muziekuitgever ontvangt 1/3 van de inkomsten van de auteur voor gebruik van de muziekwerken binnen Nederland en 50% van diens inkomsten voor exploitatie van de liedjes buiten Nederland. Dat is niet erg, maar daar moet de muziekuitgever volgens Hans dan wel wat voor doen. Van Hemert wilde met de procedure een einde maken aan de in zijn ogen ‘jaren van radiostilte’ die aan de ontbinding vooraf waren gegaan. Hij maakte gebruik van de tussen de organisatie voor muziekauteurs Palm, Buma/Stemra en de uitgeversorganisaties NMUV/VMN afgesproken Regeling voor de Buitengerechtelijke Ontbinding van Uitgavecontracten, waarin staat hoe partijen zich jegens elkaar dienen te gedragen bij een buitengerechtelijke ontbinding. Deze regeling komt er op neer, dat partijen ca. 6 maanden de tijd hebben om de kwestie onderling te regelen. Is er dan nog geen oplossing, dan ontdoet Buma/Stemra de betreffende werken van het uitgavedeel (de werken komen ‘op mannuscript’ te staan) en heft Buma/Stemra de interne blokkade van de auteursrechtgelden op, tenzij er documenten worden overgelegd waaruit blijkt dat er alsnog consensus is tussen partijen, dan wel blijkt dat een gerechtelijke procedure is aangespannen.

Geen wanprestatie? 

Strengholt was na de buitengerechtelijke ontbinding dus wel gedwongen een gerechtelijke procedure te starten, wilde zij voorkomen dat haar het uitgave aandeel in de muziekauteursrechten van Van Hemert zou ontvallen. En aldus geschiedde. Strengholt stelde in rechte dat van een rechtsgeldige buitengerechtelijke ontbinding geen sprake was doordat de door Van Hemert gezonden brieven niet aan de daarvoor geldende (formele) eisen zouden voldoen. En mocht de rechter daar anders over oordelen, dan gold dat van wanprestatie van de zijde van Strengholt geen enkele sprake was en de ontbinding, gelet op de lange en bijzondere relatie van partijen ook overigens onredelijk zou zijn.

 

Haviltex 

Daar dacht de rechter op 6 februari j.l. echter anders over. De rechter verklaarde – zoals verwacht - de Haviltex formule van toepassing op de onderliggende contracten en concludeerde dat de uitgavecontracten wel degelijk een exploitatieverplichting voor de muziekuitgever omvatte (dit was betwist door Strengholt). Van Hemert mocht op basis van deze verplichting in ieder geval verwachten dat Strengholt zich voor de exploitatie van zijn werken ‘voortdurend en maximaal’ zouden inspannen om uit de werken het maximale rendement te halen. Zeker indien zij daartoe door de auteur – zoals Van Hemert herhaaldelijk had gedaan – werden aangezet. In ieder geval mocht Van Hemert van Strengholt verwachten dat zij zou kunnen aangeven waaruit de exploitatie activiteiten zouden hebben bestaan. Strengholt kon dat echter in dit geval niet. Complicatie in de procedure betrof nog het feit dat een deel van de werken zich in zogenaamde fondsen bevonden, die waren ingericht als vennootschap onder firma dan wel als besloten vennootschap. Maar de rechter vond dat het accorderen van de jaarcijfers van de vennootschappen niet mocht worden verward met een akkoord omtrent de activiteiten (of het gebrek er aan. MK) die tot de cijfers hadden geleid.

100% auteursrechten voor Hans 

Hans van Hemert kan als gevolg van het vonnis met ingang van 15 april 2006 (de datum van de daadwerkelijke ontbinding) weer over alle muziekauteursrechten op zijn werken beschikken. Strengholt moet van de rechter aan Buma/Stemra binnen 14 dagen na betekening van het vonnis, schriftelijk bevestigen dat zij sinds 15 april 2006 niet langer over de muziekuitgaverechten op de liedjes van Hans van Hemert kan beschikken. 

Lees het vonnis hier

 
 
mkoedooder@devos.nl